Wymondham, finale
Voor de laatste keer reisde ik vorige week naar Wymondham om de conventie weer af te breken, althans om de boel daarbij in goede banen te leiden. Mijn lief leverde me ’s ochtends vroeg af in de buurt van het busstation in Exeter met onze net aangeschafte rode Volkswagen Transporter D Camper. De Jeep had het midden juli begeven na een onbekend aantal vehikels uit de modder te hebben getrokken bij het Buddhafield Festival. Ik zou met een National Express bus naar Londen reizen voor het schamele bedrag van 1 pond, een zogenaamde funfare. De campervan nastarend besefte ik dat ik mijn schoudertas in de auto had laten liggen en ik begon te rennen. Het mocht niet baten en ik zag mijn hoop in de verte om de hoek verdwijnen. Daar stond ik dan in Exeter: zonder geld, telefoon en bus- of treinkaartjes. En nog erger was dat ik besefte dat ik geen enkel Engels telefoonnummer uit mijn hoofd kon opdreunen, niet van mijn liefs mobiel, ook niet mijn eigen mobiele nummer en zelfs niet het nummer van het huis waarin ik woon. Verder kende ik in Exeter maar één iemand en van diegene weet ik alleen de boeddhistische naam. Ik zou hem daarom niet in het telefoonboek kunnen vinden. Ik liep als een kip zonder kop een paar keer naar het busstation en weer terug naar de plek waar ik was afgezet, in de hoop dat de achtergebleven tas was ontdekt en de reikwijdte daarvan was begrepen. Not so. Ik zag de bus van National Express akelig precies op tijd vertrekken. Ik bedacht dat ze me op het treinstation misschien zouden willen helpen. Not so. Dat deed pijn. Ik klampte een politieagent aan om te vragen waar het dichtstbijzijnde bureau was, zodat ik daar misschien in een telefoonboek kon gaan kijken. Nadat de agent me had gevraagd wat er aan de hand was, begon ik te huilen. Dat hielp. Gelukkig wist ik mijn adres en postcode wel helemaal uit mijn hoofd. Mijn lief werd bereikt en een afspraak gemaakt. Drie uur later zat ik in een trein naar Londen à la raison de 58 pond. Dat is 57 pond verschil. In de lange reis naar het noorden leerde ik verschillende telefoonnummers uit mijn hoofd.
Het afbreken ging gezwind en twee dagen later zat ik in een Buddhafield-vrachtwagen weer op weg naar huis. De overnachting in de bed-and-breakfast van de moeder van een van mijn reisgenoten maakte veel goed. Ze woont in het pittoreske plaatsje Lacock, het prachtige décor van onder andere een aantal Austen-verfilmingen. Ik herkende de hoofdstraat van Meryton, waarin de zusters uit de BBC-versie van Pride & Prejudice regelmatig op en neer flaneerden.
Hieronder een plaatje van de enigszins roestige, twintigjarige VW. Ik vind hem geweldig.

om 6:10 pm
gelukkig is alles goed gekomen en zo zie je maar dat de mens niet zonder de techniek meer kan.
liefs,
marieke.